Bätzorgel

 

Bouw

Per Koninklijk Besluit van 18 maart 1821 wordt bepaald dat een ‘voegzaam orgel’ zal worden geplaatst in de Grote Kerk te ‘s-Hertogenbosch. Hoofdingenieur van Waterstaat, de heer Adriaan Goekoop, aan wie de verantwoordelijkheid voor de bouw is opgedragen, schrijft terug dat hij en zijn personeel ‘geene de minste kennis hebben’ van orgels en hij stelt voor een deskundige te vragen om een plan, bestek en begroting te maken voor een orgel. Dat is het begin van een lange weg langs diverse orgelmakers in Nederland. Intussen wordt het oude orgel uit de Anna Kapel op de gaanderij geplaatst en bespeelbaar gemaakt. De orgelbouwer Jonathan Bätz uit Utrecht, die ook het Dom-orgel in Utrecht heeft gebouwd, krijgt in oktober 1825 van de kerkvoogdij de opdracht een instrument te bouwen. Uit de notulen van de Kerkvoogden in ‘s-Hertogenbosch, d.d. 5 oktober 1825 , blijkt dat de Kerkvoogden met Bätz overeenkomen dat hij een orgel zal maken en leveren met alles wat daarbij hoort, volgens plan en bestek, voor de som van f 14.000,-. Het orgel zal beschikken over een Manuaal/Onderklavier met 11 registers, een Bovenklavier met 9 registers, een vrij pedaal met 5 registers en een “loos” Rugwerk. Op 24 juni 1830 worden de klaargemaakte delen van het orgel vanuit Utrecht naar ‘s-Hertogenbosch verscheept. Een jaar later is de opbouw klaar. Op 12 november 1831 brengen de examinatoren D. en W.H. Braghthuizer, organisten van de Nieuwe Kerk in Amsterdam, een lovend keuringsrapport uit. Op zondag 13 november 1831 vindt de inwijding van het orgel plaats en worden de orgelbouwer en de organisten gastvrij onthaald. Op dinsdag 15 november 1831 wordt het eerste concert op het nieuwe Bätz-orgel verzorgd door Daniël Braghthuizer.

Wijzigingen en restauraties

In 1912 wordt het orgel door A.Standaart gerepareerd. Er wordt een blaasbalg vernieuwd en er wordt één dispositiewijziging aangebracht: de Woudfluit 2′ (BW) wordt vervangen door een Vox Céleste, naar de trend van die tijd. Tevens wordt de intonatie gewijzigd door het aanbrengen van kernsteken en worden de lepels van de tongwerken uitvoeriger beleerd.

In 1966 voert Flentrop Orgelbouw (Zaandam) een algehele restauratie uit. De Vox Céleste wordt weer vervangen door een Woudfluit 2′ (kopie van het Bätzorgel in de Ronde Lutherse Kerk te Amsterdam). De windladen worden bij deze restauratie voorzien van nieuwe voorslagen met schokbrekers en een verende sleepconstructie.

In 2015 is het orgel integraal gerestaureerd door de orgelmakers Pels & Van Leeuwen uit ‘s-Hertogenbosch. Uitgevoerde werkzaamheden betroffen o.a. het herstel van krimpschade, reconstructie van speelmechaniek in Bätz-factuur, herstel van de windvoorziening, schoonmaak, vervanging van tongen waar dat nodig was en verlaging van de winddruk.
De werkzaamheden aan de orgelkas waarvan de bestaande verflaag is geretoucheerd werd uitgevoerd door de fa. De Jongh uit Waardenburg.

Dispositie

Hoofdwerk

Bovenwerk

Pedaal

Koppelingen

Bourdon 16′ Prestant 8′ Subbas 16′ Pedaal + Hoofdwerk
Prestant 8′ Roerfluit 8′ Octaaf 8′ Hoofdwerk + Bovenwerk
Holpijp 8′ Quintadeen 8′ Octaaf 4′ Tremulant voor Bovenwerk
Octaaf 4′ Viola di gamba 8′ Bazuin 16′
Gemshoorn 4′ Prestant 4′ Trompet 8′
Quint 2 2/3′ Fluit 4′
Octaaf 2′ Woudfluit 2′
Mixtuur III-VI Dulciaan 8′
Scherp III-IV Tremulant
Cornet V disc.
Trompet 8 voet
Advertenties